Logo Kamerkoor Vocoza Songs of Farewell

Teksten en vertalingen Songs of Farewell

Deze teksten en vertalingen staan ook in het programmaboekje, dat op papier bij het concert beschikbaar is.


My Soul, there is a country (deel 1 uit Songs of Farewell)

 

Charles H. Parry (1848-1918)

My soul, there is a country
Far beyond the stars,
Where stands a winged sentry
All skilful in the wars:
 
There, above noise and danger
Sweet Peace sits crowned with smiles
And One, born in a manger
Commands the beauteous files.

He is thy gracious friend
And, O my soul, awake!
Did in pure love descend
To die here for thy sake.

If thou canst get but thither,
There grows the flow'r of Peace,
The Rose that cannot wither,
Thy fortress and thy ease.

Leave then thy foolish ranges,
For none can thee secure
But One who never changes,
Thy God, thy life, thy cure.

Mijn ziel, er is een land
Ver voorbij de sterren,
Waar een gevleugelde schildwacht staat,
Zeer bedreven in vechtkunsten:

Daar, voorbij lawaai en gevaar
Zit de lieve Vrede gekroond met glimlach
En de Ene, geboren in een kribbe,
Commandeert de hemelse legioenen.

Hij is uw barmhartige vriend,
En, O mijn ziel, ontwaak!
Is uit pure liefde afgedaald
Om hier voor u te sterven.

Kon u daar maar heen,
Daar groeit de bloem van Vrede,
De roos die niet verwelken kan,
Uw burcht en uw rust.

Laat dan uw dwaze dwalen
Want niemand kan u redden
Behalve de Ene die nooit verandert,
Uw God, uw leven, uw heil.


Festival Te Deum

 

Benjamin Britten (1913-1976)

We praise thee, O God, we acknowledge thee to be the Lord.
All the earth doth worship thee, the Father everlasting.
To thee all Angels cry aloud: the Heavens, and all the Powers therein.
To thee Cherubin and Seraphin continually do cry:
Holy, Holy, Holy, Lord God of Sabaoth.
Heaven and earth are full of the Majesty of thy glory.
The glorious company of the Apostles,
the goodly fellowship of the Prophets,
the noble army of Martyrs praise thee;
the holy Church throughout all the world
doth acknowledge thee the Father of infinite Majesty,
venerating thine honourable, true, and only Son,
also the Holy Ghost, the Comforter.

Thou art the King of Glory, O Christ:
thou art the everlasting Son of the Father.
When thou tookest upon thee to deliver man,
thou didst not abhor the Virgin’s womb.
When thou hadst overcome the sharpness of death,
thou didst open the Kingdom of Heaven to all believers.
Thou sittest at the right hand of God in the glory of the Father.
We believe that thou shalt come to be our Judge.
We therefore pray thee, help thy servants
whom thou hast redeemed with thy precious blood.
Make them to be numbered with thy Saints in glory everlasting.

O Lord, save thy people, and bless thine heritage.
Govern them and lift them up for ever.
Day by day we magnify thee,
and we worship thy Name forever, world without end.
Vouchsafe, O Lord, to keep us this day without sin.
Have mercy upon us, O Lord, have mercy upon us.
O Lord, let thy mercy lighten upon us,
     as our trust is in thee.
O Lord, in thee have I trusted:
     let me never be confounded.

Wij prijzen U, o God. U, Heer, loven wij.
U, eeuwige Vader, eert heel de aarde.
Tot U roepen alle engelen, tot U de hemelen en alle machten.
Tot U roepen Cherubijnen en Serafijnen die zonder ophouden zingen:
Heilig, heilig, heilig de Heer, de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
U looft het roemvol koor der apostelen,
U het lofwaardig getal der profeten,
U looft de blanke stoet der martelaren.
U prijst de heilige Kerk over heel de aarde:
U, Vader, onmetelijk in majesteit;
U, eniggeboren Zoon, waarachtig en hoog verheven;
U, Heilige Geest, de Vertrooster.
Gij, Christus, Koning der glorie,
Gij zijt de enige Zoon van de Vader.
Gij, die om de mens verlossing te brengen
     geen vrees hebt gehad voor de schoot van de Maagd.
Gij die de prikkel van de dood hebt overwonnen
     en voor de gelovigen het hemels rijk hebt geopend.
Gij zit aan Gods rechterhand in de glorie van de Vader.
Gij zult als rechter komen, zoals wij geloven.
U dan smeken wij: kom uw dienaars te hulp,
     die Gij door uw Kostbaar Bloed hebt gered;
Laat ons geteld worden onder uw heiligen in de eeuwige heerlijkheid.

Red, Heer, red uw volk en zegen uw erfdeel,
hoed hen, en draag hen voor immer.
U willen wij prijzen iedere dag,
uw naam verheerlijken voor altijd.
Wees genadig, Heer, spaar ons deze dag voor de zonde.
Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
Laat uw barmhartigheid neerdalen over ons,
     zoals ons vertrouwen uitgaat naar U.
Op U, Heer, is onze hoop gevestigd;
     beschaam ons niet in eeuwigheid.


Laudibus in sanctis

 

William Byrd (1543-1623)

Laudibus in sanctis Dominum celebrate supremum:
Firmamenta sonent inclita facta Dei.

Inclita facta Dei cantate, sacraque potentis
Voce potestatem saepe sonate manus.

Magnificum Domini cantet tuba martia nomen:
Pieria Domino concelebrate lira.
Laude Dei resonent resonantia tympana summi:
Alta sacri resonent organa laude Dei.

Hunc arguta canant tenui psalteria corda,
Hunc agili laudet laeta chorea pede.
Concava divinas effundant cymbala laudes,
Cymbala dulcisona laude repleta Dei.

Omne quod aethereis in mundo vescitur auris
Halleluia canat tempus in omne Deo.

Looft de allerhoogste Heer in heilige gezangen:
Laat het firmament de glorieuze daden van God verklanken.

Bezingt de illustere daden van God, verklankt met heilige stem
steeds de kracht van zijn machtige hand.

Laat de krijgshoorn de grote naam van de Heer bezingen:
viert de Heer met de Piërische lier.
Laat resonerende tamboerijnen klinken ter ere van de hoogste God,
laat hoge orgels klinken tot lof van de heilige God.

Laat fijnbesnaarde gezangen Hem bezingen,
Laat vrolijke dansen hem prijzen met beweeglijke voet.
Laat holle cimbalen goddelijke lofzangen uitgieten,
Cimbalen gevuld met zoetklinkende lof van God.

Laat alles ter wereld dat zich voedt met de lucht van de hemel
voor altijd halleluja zingen tot God.


Ave verum

 

William Byrd (1543-1623)

Ave verum corpus, natum
de Maria Virgine,
Vere passum, immolatum
In cruce pro homine,
Cuius latus perforatum
Fluxit aqua et sanguine,
Esto nobis praegustatum
In mortis examine.
O Iesu dulcis, O Iesu pie, O Iesu, fili Mariae!

Gegroet waarachtig lichaam
geboren uit de Maagd Maria
dat werkelijk heeft geleden
en voor de mens geofferd is aan het kruis.
Uit wiens doorboorde zijde
water met bloed vloeide.
Wees voor ons een voorsmaak
tijdens de beproeving van de dood.
O Jezus zoet, O Jezus getrouw, O Jezus, Zoon van Maria.


Magnificat & Nunc Dimittis St. Pauls

 

Herbert Howells (1892-1983)

My soul doth magnify the Lord:
and my spirit hath rejoiced in God my Saviour.
For he hath regarded: the lowliness of his handmaiden.
For behold, from henceforth: all generations shall call me blessed.
For he that is mighty hath magnified me: and holy is his Name.
And his mercy is on them that fear him: throughout all generations.
He hath showed strength with his arm:
he hath scattered the proud in the imagination of their hearts.
He hath put down the mighty from their seat: and hath exalted the humble and meek.
He hath filled the hungry with good things: and the rich he hath sent empty away.
He remembering his mercy hath holpen his servant Israel:
as he promised to our forefathers, Abraham and his seed, for ever.

Glory be to the Father, and to the Son, and to the Holy Ghost;
As it was in the beginning, is now, and ever shall be, world without end. Amen.

Mijn ziel prijst en looft de Heer,
mijn hart juicht om God, mijn redder:
hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares.
Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen,
Ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan, heilig is zijn naam.
Barmhartig is hij, van geslacht op geslacht, voor al wie hem vereert.
Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm
en drijft uiteen wie zich verheven wanen.
Heersers stoot hij van hun troon en wie gering is geeft hij aanzien.

Wie honger heeft overlaadt hij met gaven, maar rijken stuurt hij weg met lege handen.
Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar, zoals hij aan onze voorouders heeft beloofd: hij herinnert zich zijn barmhartigheid jegens Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid.
Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon, en aan de Heilige Geest;
Zoals het was in den beginne, en nu en altijd,  en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Lord, now lettest thou thy servant depart in peace:
according to thy word.
For mine eyes have seen: thy salvation,
Which thou hast prepared: before the face of all people;
To be a light to lighten the Gentiles: and to be the glory of thy people Israel.

Glory be to the Father, and to the Son: and to the Holy Ghost;
As it was in the beginning, is now, and ever shall be: world without end. Amen.

Heer laat Uw dienaar nu,
naar Uw woord, in vrede gaan.
Want mijn ogen hebben het heil aanschouwd
dat Gij hebt bereid voor het aanschijn van de volkeren:
een licht ter openbaring aan de heidenen,
de glorie van Uw volk Israël.

Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon, en aan de Heilige Geest;
Zoals het was in den beginne, en nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.


Funeral Ikos

 

John Tavener (1944-2013)

Why these bitter words of the dying, O brethren,
which they utter as they go hence?
I am parted from my brethren.
All my friends do I abandon and go hence.
But whither I go, that understand I not,
neither what shall become of me yonder;
only God who hath summoned me knoweth.
But make commemoration of me with the song:
Alleluia! Alleluia! Alleluia!

But whither now go the souls?
How dwell they now together there?
This mystery have I desired to learn; but none can impart aright.

Do they call to mind their own people, as we do them?
Or have they forgotten all those who mourn them and make the song:
Alleluia! Alleluia! Alleluia!

We go forth on the path eternal, and as condemned,
with downcast faces, present ourselves before the only God eternal.
Where then is comeliness? Where then is wealth?
Where then is the glory of this world?
There shall none of these things aid us, but only to say oft the psalm:
Alleluia! Alleluia! Alleluia!

If thou hast shown mercy unto man, O man,
that same mercy shall be shown thee there;
and if on an orphan thou hast shown compassion,
the same shall there deliver thee from want.
If in this life the naked thou hast clothed,
the same shall give thee shelter there, and sing the psalm:
Alleluia! Alleluia! Alleluia!

Youth and the beauty of the body fade at the hour of death,
and the tongue then burneth fiercely, and the parched throat is inflamed.
The beauty of the eyes is quenched then, the comeliness of the face all altered,
the shapeliness of the neck destroyed;
and the other parts have become numb,
nor often say: Alleluia! Alleluia! Alleluia!

With ecstasy are we inflamed if we but hear that there is light eternal yonder;
that there is Paradise, wherein every soul of Righteous Ones rejoiceth.
Let us all, also, enter into Christ,
that we may cry aloud thus unto God:
Alleluia! Alleluia! Alleluia!

Waarom, broeders, spreken de stervenden  deze bittere woorden wanneer zij van hier weggaan? 
Ik ben gescheiden van mijn broeders, ik verlaat al mijn vrienden en ik ga weg van hier. 
Maar ik begrijp niet waarheen ik ga, 
Noch wat er daarginds van mij zal worden
Alleen God die mij heeft opgeroepen weet het. 
Maar herdenk mij met dit lied:
Halleluja!

Maar waar gaan de zielen nu naartoe? 
Hoe wonen zij daarginds bij elkaar? 
Ik wilde dit mysterie doorgronden, maar niemand kan het juiste erover onthullen
Herinneren zij zich hun nabestaanden,  zoals wij ons hen herinneren?
Of hebben zij al diegenen vergeten die om hen rouwen en het lied aanheffen: Halleluja!

Wij lopen verder op het pad van de  eeuwigheid en komen, als veroordeelden, met sombere gezichten voor de enige,  eeuwige God te staan.
Waar zijn uiterlijk schoon, rijkdom en  aardse roem gebleven? 
Niets van dat alles zal ons kunnen helpen,  tenzij wij dikwijls de psalm aanheffen: Halleluja!

Als jij een mens barmhartigheid hebt  betoond, o mens,
dan zal hetzelfde jou  daarginds ten deel vallen.
En als je mededogen hebt getoond jegens een wees,
dan zul jij daardoor ginds niets tekort komen. 
Wie in dit leven naakten van kleding heeft voorzien,
zal ginds beschutting deelachtig worden, en zingen:
Halleluja! 

Jeugd en lichamelijke schoonheid  verwelken in het uur van de dood,
En de tong zal heftig branden en de  uitgedroogde keel wordt gloeiend heet.  Mooie ogen worden uitgeblust, een knap  gezicht wordt onherkenbaar
en de  bevallige vorm van een hals gaat teloor. 
En de andere lichaamsdelen zijn stom  geworden,
en zingen niet vaak: Halleluja!

Om buiten ons zelf van vreugde te raken hoeven wij slechts te vernemen dat het daarginds eeuwig licht is, dat het Paradijs bestaat waarin alle zielen van Rechtvaardigen zich verheugen. 
Laat ons dan ook allen tot Christus  wenden,
zodat wij God luid kunnen aanroepen met:
Halleluja!


Lux Aeterna

 

Edward Elgar (1857-1934)

Lux aeterna luceat eis, Domine,
cum sanctis tuis in aeternum,
quia pius es.

Requiem aeternam dona eis, Domine,
et lux perpetua luceat eis.

Moge het eeuwige licht hen beschijnen, Heer,
met uw heiligen tot in eeuwigheid,
want Gij zijt genadig.

Geef hun de eeuwige rust, Heer,
en dat het eeuwige licht hen beschijne.


Silence and music

 

Ralph Vaughan Williams (1872-1958)

Silence, come first: I see a sleeping swan,
wings closed and drifting where the water leads,
a winter moon, a grove where shadows dream,
a hand outstretched to gather hollow reeds.

The four winds in their litanies can tell
all of earth’s stories as they weep and cry,
the sea names all the treasure of her tides,
the birds rejoice between the earth and sky.

Voices of grief and from the heart of joy;
so near to comprehension do we stand
that wind and sea and all of winged delight
lie in the octaves of man’s voice and hand,
and music wakes from silence, where it slept.

Stilte, kom eerst: ik zie een slapende zwaan,
Vleugels dicht en drijvend waar het water hem brengt,
Een wintermaan, een bos waar schaduwen dromen,
een hand uitgestoken om holle rieten te vergaren.

De vier winden kunnen in hun klaagzangen vertellen
Van alle verhalen van de aarde terwijl zij wenen en huilen, de zee benoemt alle schatten van haar getijden,
De vogels verheugen zich tussen de aarde en de hemel.

Stemmen van verdriet en van plezier uit het hart;
Wij staan zo dicht bij het begrip
Dat wind en zee en al het gevleugelde genot
In de octaven van de mensenstem en –hand liggen
En muziek ontwaakt uit stilte, waar het lag te slapen.


They that go down to the sea in ships

 

Herbert Sumsion (1899-1995)

They that go down to the sea in ships:
and occupy their business in great waters;
These men see the works of the Lord:
and his wonders in the deep.
For at his word the stormy wind ariseth:
which lifteth up the waves thereof.
They are carried up to the heaven,
and down again to the deep:
their soul melteth away because of the trouble.
They reel to and fro, and stagger like a drunken man: and are at their wits' end.
So when they cry unto the Lord in their trouble:
he delivereth them out of their distress.
For he maketh the storm to cease:
so that the waves thereof are still.
Then are they glad, because they are at rest:
and so he bringeth them unto the haven
where they would be.

De mensen die op de zee varen.
Em handel drijven met landen overzee.
Deze mannen zien de werken van de Heer,
en zijn wonderen in de diepte.
Want op zijn bevel steekt er een storm op:
die de golven hoog opjaagt.
Zij worden hemelhoog opgetild
en weer neergesmeten in de diepte.
De zeelui worden ziek van angst.
Ze tuimelen en wankelen over het schip als een dronkaard: en zijn ten einde raad.
Dus wanneer ze de Heer aanroepen in hun angst:
Dan verlost Hij hen uit de nood.
Hij zorgt ervoor dat de storm gaat liggen,
zodat de golven bedaren.
Ze zijn verheugd, omdat zij tot rust zijn gekomen.
En zo voert Hij hen naar de veilige haven
waar ze zo naar verlangen.


Let all mortal flesh

 

Edward Cuthberd Bairstow (1874-1946)

Let all mortal flesh keep silence
and stand with fear and trembling,
and lift itself above all earthly thought.

For the King of kings and Lord of lords, Christ our God,
cometh forth to be our oblation,
and to be given for Food to the faithful.

Before Him come the choirs of angels
with every principality and power;
the Cherubim with many eyes, and winged Seraphim,
who veil their faces as they shout exultingly the hymn:
Alleluia!

Laat al sterfelijk vlees stilzwijgen
En met angst en beven stilstaan
En zich verheffen boven al het aardse denken.

Want de koning der koningen en de heer der heren, Christus onze God,
Komt om zich voor ons op te offeren,
En om als voedsel aan de gelovigen te worden gegeven.

De engelenkoren komen tot hem met alle heerlijkheid en kracht;
De cherubijnen met hun vele ogen, en de gevleugelde serafijnen,
Die hun gezicht sluieren bij het uitbundig zingen van de hymne:
halleluja!


Seek him who maketh the seven stars

 

Jonathan Dove (1959-)

Seek him that maketh the seven stars and Orion.
Seek him that turneth the shadow of death into the morning. Alleluia.
Yea, the darkness shineth as the day, the night is light about me.

Zoek hem die de Zevenster en Orion maakt
Zoek hem die de schaduw van de aarde tot ochtend maakt. Halleluja.
Ja, het duister schijnt als de dag, de nacht is licht rondom mij.


Hear my prayer, O Lord

 

Henry Purcell (1659-1695)

Hear my prayer, o Lord,
And let my crying come unto thee.

Heer, hoor mijn gebed,
Laat mijn hulpkreet u bereiken.


Lay a garland

 

Robert Lucas de Pearsall (1795-1856)

Lay a garland on her hearse
Of the dismal yew;
Maidens, willow branches bear;
Say, she died true.
Her love was false, but she was firm
From her hour of birth.
Upon her buried body lie
Lightly, thou gentle earth!

Leg een krans op haar lijkkoets
Van somber taxus;
Meisjes, draag wilgentakken;
Zeg dat zij loyaal is gestorven.
Haar liefde was ontrouw, maar zij hield stand
Vanaf haar geboorteuur.
Dek haar begraven lichaam
Zacht toe, gij tedere aarde!


Faire is the heaven

 

William Harris (1938-)

Faire is the heaven, where happy soules have place
In full enjoyment of felicitie,
Whence they doe still behold the glorious face
Of the Divine Eternall Majestie;
Yet farre more faire be those bright Cherubins,
Which all with golden wings are overdight,
And those eternall burning Seraphins,
Which from their faces dart out fiery light;
Yet fairer than they both, and much more bright,
Be th' Angels and Archangels, which attend
On God's owne Person, without rest or end.
These then in faire each other farre excelling,
As to the Highest they approach more neare,
Yet is the Highest farre beyond all telling,
Fairer than all the rest which there appear,
Though all their beauties joynd together were;
How then can mortall tongue hope to expresse
The image of such endlesse perfectnesse?

Schoon is de hemel, waar vreugdevolle zielen vertoeven in volle gelukzaligheid,
Vanwaar zij voortdurend het glorieuze gezicht van de Goddelijke Eeuwige Majesteit aanschouwen;
Nog veel schoner zijn die schitterende cherubijnen,
die geheel met gouden vleugels zijn versierd,
En de eeuwig brandende serafijnen,
Die vanuit hun gezicht vlammend licht uitstoten;
Nog weer schoner dan die twee, en veel helderder,
Zijn de engelen en aartsengelen, die waken
Over Gods eigen persoon, zonder rust of eind.
Terwijl deze elkaar dan ver in schoonheid overtreffen,
Omdat zij de Hoogste dichter benaderen,
Toch is de Hoogste onzegbaar veruit
Schoner dan de overigen die daar verschijnen,
Al was hun schoonheid bij elkaar opgeteld;
Hoe kan dan een sterfelijke tong het beeld van zulke eindeloze volmaaktheid hopen te verwoorden?