Logo Kamerkoor Vocoza Luz y Sombra

Teksten en vertalingen Luz y Sombra

Deze teksten en vertalingen staan ook in het programmaboekje, dat op papier bij het concert beschikbaar is.


Hor che’l ciel

 

Cipriano de Rore (- 1565)

Hor ch'el ciel e la terra e'l vento tace
E le fere e gli augelli il sonno affrena,
Notte il carro stellato in giro mena,
E nel suo letto il mar senz'onda giace,
Veglio1, penso, ardo, piango, e chi mi sface
Sempre m'è innanzi, per mia dolce pena:
Guerra è'lmio stato, d'ira e di duol piena,
E sol di lei pensando ho qualche pace.

Così sol d'una chiara fonte viva
Move'l dolce e l'amaro, ond'io mi pasco;
Una man sola mi risana e punge.

E perchè'l mio martir2 non giunga a riva,
Mille volte al dì moro, e mille nasco:
Tanto de la salute mia son lunge.

1 De Rore: Veggio (ik zie/ik waak); Monteverdi: Veglio (ik waak); Jennefelt: Vegghio (ik waak)

2Monteverdi: morir (sterven)

Nu de hemel en de aarde en de wind zwijgen
En de beesten en de vogels door slaap zijn overmand,
Leidt de nacht de sterrenwagen in het rond,
En ligt de zee rimpelloos in zijn bed.
 
Ik waak, ik denk, ik brand, ik huil, en zij die mij kapotmaakt staat me steeds voor de geest, tot mijn zoete pijn:
Oorlog is mijn toestand, vervuld van woede en leed,
en alleen als ik aan haar denk vind ik enige rust.

Zo stroomt uit een enkele levende bron
Het zoet en het bitter waaraan ik mij laaf;
Een enkele hand  geneest mij en slaat mij:

En omdat mijn lijden geen rustplaats vindt,
sterf ik dagelijks duizendmaal, en word ik duizendmaal geboren, zo ver ben ik van mijn redding verwijderd.


Or che’l ciel et la terra

 

Claudio Monteverdi (1567 - 1643)

zie De Rore

 


Or che’l ciel et la terra

 

Thomas Jennefelt (1954)

zie De Rore

 


Now o now, I needs must part

 

John Dowland (1563-1626)

Now, o now, I needs must part
Parting though I absent mourn
Absence can no joy impart
Joy once fled cannot return

While I live I needs must love
Love lives not when hope is gone
Now at last despair doth prove
Love divided loveth none

Sad despair doth drive me hence
This despair unkindness sends
If that parting be offence
It is she which then offends

Dear, when I from thee am gone
Gone are all my joys at once
I loved thee and thee alone
In whose love I joyed once

And although your sight I leave
Sight wherein my joys do lie
Till that death do sense bereave
Never shall affection die

Sad despair doth drive me hence
This despair unkindness sends
If that parting be offence
It is she which then offends

Dear, if I do not return
Love and I shall die together
For my absence never mourn
Whom you might have joyed ever

Part we must though now I die
Die I do to part with you
Him Despair doth cause to lie
Who both lived and dieth true

Sad despair doth drive me hence
This despair unkindness sends
If that parting be offence
It is she which then offends.

Nu, ja nu, moet ik vertrekken
Maar door mijn vertrek zal ik rouwen
Afwezigheid kan geen vreugde brengen
Vervlogen vreugde keert niet terug

Zolang ik leef moet ik liefhebben
Liefde leeft niet als de hoop vergaan is
Uiteindelijk bewijst wanhoop
Dat gescheiden liefde niemand liefheeft

Treurige wanhoop drijft mij van hier
Deze wanhoop brengt onmin
Als dat vertrek een misdaad is
Dan is zij het die hem pleegt

Lief, wanneer ik van u gescheiden ben
Is al mijn vreugde ineens vergaan
Ik hield van u en u alleen
Wier liefde ik ooit heb genoten

En hoewel ik verdwijn uit uw aangezicht
Het gezicht waarin mijn vreugde ligt
Totdat de dood mij van mijn zinnen berooft
Zal de liefde nooit sterven

Treurige wanhoop drijft mij van hier
Deze wanhoop brengt onmin
Als dat vertrek een misdaad is
Dan is zij het die hem pleegt

Lief, wanneer ik niet terugkeer
Zullen liefde en ik samen sterven
Rouw nooit om mijn afwezigheid
Om wie jij ooit hebt gegeven

Wij moeten scheiden al sterf ik nu
Ik sterf om van jou te scheiden
Wanhoop doet hem liegen
Die zowel eerlijk leefde als stierf

Treurige wanhoop drijft mij van hier
Deze wanhoop brengt onmin
Als dat vertrek een belediging is
Dan is zij het die verkeerd doet


The world is your Kaleidoscope

 

Rijndert van Woudenberg (1967)

Why?
Why not?
Why not me?
Why not now?

Mind is the Master power that moulds and makes,
And Man is Mind, and evermore he takes
The Tool of Thought, and, shaping what he wills,
Brings forth a thousand joys, a thousand ills: -
He thinks in secret, and it comes to pass:
Environment is but his looking-glass.

So You will be what you “will” to be;
Let failure find its false content
In that poor word “Environment”,
But spirit scorns it, and is free.

It masters time, it conquers space;
It cowes that boastful trickster, Chance,
And bids the tyrant Circumstance
Uncrown, and fill a servant's place.

The human Will, that force unseen,
The offspring of a deathless Soul,
Can hew a way to any goal,
Though walls of granite intervene.

Be not impatient in delays
But wait as one who understands;
When spirit rises and commands
The gods are ready to obey.

Tekst uit As the man thinketh van James Allen

Waarom?
Waarom niet?
Waarom ik niet?
Waarom niet nu?

Geest is de Meesterkracht die modelleert en creëert,
En de Mens is Geest, en voor altijd neemt hij
Het werktuig van de Gedachte, en, vormend wat hij wil,
Brengt duizend genoegens voort, duizend zorgen: -
Hij denkt heimelijk, en het komt uit:
Omgeving is slechts zijn spiegel.

Dus jij zult zijn wat je “wilt” zijn;
Laat mislukking zijn valse betekenis vinden
In dat armzalige woord “Omgeving”,
Maar de geest veracht het, en is vrij.

Het beheerst de tijd, het verovert de ruimte;
Het koeioneert die opschepperige bedrieger, Toeval,
En gebiedt de tiran Omstandigheid
Zijn kroon neer te leggen, en een nederige rol aan te nemen.

De menselijke Wil, die ongeziene kracht,
De nazaat van een onsterfelijke Ziel,
Kan zich een weg banen naar welk doel ook,
Tussenbeide komen door muren van graniet.

Wees niet ongeduldig bij uitstel,
Maar wacht als iemand die begrijpt;
Wanneer de geest opstaat en beveelt
Zijn de goden bereid te gehoorzamen.


Lux Aeterna

 

Edward Elgar (1857-1934)

Lux aeterna luceat eis Domine cum sanctis tuis
In aeternum: Quia pius es.
Requiem aeternam dona eis, Domine;
et lux perpetua luceat eis.
Cum sanctis tuis in aeternum quia pius es.

Laat eeuwig licht hen verlichten, Heer met uw heiligen
tot in de eeuwigheid: Gij die barmhartig bent.
Geef hun eeuwige rust, Heer;
en laat het eeuwige licht hen beschijnen.


Oy comamos y bebamos

 

Juan de la Encina (1468-1529)

Oy comamos y bebamos
y cantemos y holguemos,
que mañana ayunaremos.

Por onrra de Sant Antruejo
parémonos oy bien anchos.
Enbutamos estos panchos,
rrecalquemos el pellejo.

Que costumbres de concejo
que todos oy nos hartemos,
que mañana ayunaremos.

Honrremos a tan buen santo
porque en hambre nos acorra.
Comamos a calca porra,
que mañana hay gran quebranto.

Comamos bebamos tanto
hasta que nos rebentemos,
que mañana ayunaremos.

Bebe Bras, más tú Beneito.
Beba Pedruelo y Lloriente.
Bebe tú primeramente;
Quitarnos has dese preito.

En beber bien me deleito:
Daca, daca beberemos,
que mañana ayunaremos.

Tomemos hoy gasajado,
que mañana vien la muerte;
bebamos, comamos huerte,
vámonos carra el ganado.

No perderemos bocado,
que comiendo nos iremos,
y mañana ayunaremos.

Let us eat and drink today.
Let us sing and enjoy life,
for tomorrow we fast.

In honor of this day of Carnival,
let us do ourselves proud,
and stuff our stomachs,
and stretch the skin.

Such custom is good advice,
that we should fill ourselves today,
for tomorrow we fast.

Let us enjoy ourselves today,
for tomorrow is like death.
Let us eat and drink everything
as we head for our flocks.

We won't lose even a mouthful.
we'll eat on the way,
for tomorrow we fast.


O vos omnes

 

Pablo Casals (1876-1973)

 

 


Tres Canciones de Amor

Manuel Oltra (1922-2015)

Madrigalillo

Cuatro granados
tiene tu huerto.
(Toma mi corazón nuevo.)
Cuatro cipreses
tendrá tu huerto.
(Toma mi corazón viejo.)
Sol y luna.
Luego...

ini corazón ni huerto!

 

Eco

Ya se ha abierto
la flor de la aurora.
(¿Recuerdas el fondo de la tarde?)
El nardo de la luna
derrama su olor frío.

(¿Recuerdas la mirada de agosto?)

Reeds heeft zich geopend
De bloem van de dageraad.
(Herinner je je het eind van de avond?)
Het maangras
laat zijn koude geur los

(Herinner je je hoe augustus eruitzag?)


Preludio

Las alamedas se van,
pero dejan su reflejo.
Las alamedas se van.
pero nos dejan el viento.
El viento está amortajado
a lo largo bajo el cielo.
Pero ha dejado flotando
sobre los ríos sus ecos.
El mundo de las luciérnagas
ha invadido mis recuerdos.
Y un corazón diminuto

me va brotando en los dedos.

 

Kasar mie la gaji

 

Alberto Grau (1937)

Kasar mie la gaji

De aarde is moe


La muerte del ángel

 

Astor Piazzolla (1921-1992)