Teksten en vertalingen programma Licht & Duister, juni 2007

Deze teksten en de vertalingen staan ook in het programmaboekje, dat ook op papier met een nietje erdoor te koop is voorafgaand aan het concert voor € 1,00. © Vertalingen: Pieter Nieuwint/Kamerkoor Vocoza


Lux aurumque

Eric Whitacre (2001, geb. 1970)

Lux
calida gravisque,
pura velut aurum,
et canunt angeli molliter
modo natum.

Tekst: Edward Esch, in het Latijn vertaald door Charles Anthony Silvestri

Licht,
warm en zwaar
puur als goud
en de engelen zingen zacht
voor het nieuwgeboren kind


Words of the Sun

Woorden van de Zon

Zhou Long

Ah, open your windows,
ah, open your doors,
ah, quickly, let me come in,
come into your little rooms.

I come with a sprig of golden flowers,
I come with a fragrance from the grove,
I come with light and warmth,
I come with dew all over.

Raise your head quickly from the pillow,
get up, raise your head quickly from the pillow,
open your eyes hidden by your eyelash,
to let your eyes see I am coming.

Let your hearts be like little wooden houses,
To open the windows, closed for so long,
let me bring you flowers and fragrance,
let me bring you light, warmth, and dew,
to sprinkle all space of your hearts.

Tekst: Ai Qing

Ach, open je vensters,
ach, open je deuren,
ach, snel, laat me binnen,
laat me binnen in jullie kleine kamers.

Ik kom met een twijg gouden bloemen,
ik kom met de geur van het bosje,
ik kom met licht en warmte,
ik kom met dauw overdekt.

Hef snel je hoofd van je kussen,
sta op, hef snel je hoofd van je kussen,
open je door je wimpers verborgen ogen,
om je ogen te laten zien dat ik kom.

Laat jullie harten zijn als houten huisjes,
om de zo lang gesloten ramen te openen,
laat me je bloemen en geur brengen,
laat me je licht, warmte en dauw brengen,
om alle plekken van jullie harten te besprenkelen.


This Little Light of Mine

Traditional spiritual, arranged by Moses Hogan

This little light of mine,
I'm gonna let it shine.

All through the night,
I'm gonna let it shine.

My God gave it to me,
I'm gonna let it shine.

In my home let it shine,
All over the world, let it shine.

Dit Lichtje van Mij
ik zal het laten schijnen.

De hele nacht door
zal ik het laten schijnen.

Mijn God heeft het mij gegeven,
ik zal het laten schijnen.

Laat het schijnen in mijn huis,
laat het schijnen over de hele wereld.


Lux Aeterna

Morten Lauridsen (1997)


I. Introitus

Requiem aeternam dona eis, Domine:
et lux perpetua luceat eis,
Te decet hymnus Deus in Zion,
et tibi redetur votum
in Jerusalem:
exaudi orationem meam,
ad te omnis caro veniet.
Requiem aeterman dona eis, Domine:
et lux perpetua luceat eis.

Schenk hen de eeuwige rust, o Heer:
en moge het eeuwige licht op hen schijnen.
Lof komt u toe, o God, in Zion,
en aan u worden geloften opgedragen
in Jeruzalem:
hoor mijn gebed,
tot u zal alle vlees komen.
Schenk hen de eeuwige rust, o Heer:
en moge het eeuwige licht op hen schijnen.


II. In Te, Domine, Speravi

Tu ad liberandum suscepturas hominem
non horruisti Virginis uterum.
Tu devicto mortis aculeo,
aperuisti credentibus regna coelorum.

Exortum est in tenebris lumen rectis.
Miserere nostri, Domine,
miserere nostri.
Fiat misericordia tua, Domine, super nos
quemadmodum speravimus in te.
In te Domine, speravi:
non confundar in aeternum.

Gij, die om de mens verlossing te brengen,
geen vrees hebt gehad voor de schoot van de Maagd.
Gij, die de prikkel van de dood hebt overwonnen
en voor de gelovigen het hemels Rijk hebt geopend.

Voor de rechtvaardigen ontsprong een licht in de duisternis.
Erbarm u over ons, o Heer,
erbarm u over ons.
Laat uw erbarmen, Heer, over ons geschieden
want we hebben onze hoop op u gevestigd.
O Heer, op u heb ik mijn hoop gevestigd:
wil mij nimmer beschamen.


III. O Nata Lux

O nata lux de lumine,
Jesu redemptor saeculi
dignare clemens supplicum
laudes preces que sumere.
Qui carne quondam contegi
dignatus es pro perditis.
Nos membra confer effici,
tui beati corporis.

O, uit licht geboren licht,
Jezus, redder van de wereld,
Verwaardig u de lof en de gebeden van uw smekelingen
te  aanvaarden.
Die eens u hebt verwaardigd met het vlees bedekt te worden
voor diegenen die verloren waren.
Sta ons toe, ledematen te worden
van uw zalig lichaam.


IV. Veni, Sancte Spiritus

Veni, Sancte Spiritus
Et emitte coelitus
Lucis tuae radium.
Veni, pater pauperum,
Veni, dator munerum,
Veni, lumen cordium

Consolator optime,
Dulcis hospes animae,
Dulce refrigerium.
In labore requies,
In aestu temperies,
In fletu solatium

O lux beatissima,
Reple cordis intima
Tuorum fidelium.
Sine tuo numine,
nihil est in homine,
Nihil est innoxium.

Lava quod est sordidum,
Riga quod est aridum,
Sana quod est saucium.
Flecte quod est rigidum,
Fove quod est frigidum,
Rege quod est devium

Da tuis fidelibus,
In te confidentibus,
Sacrum septenarium.
Da virtutis meritum,
Da salutis exitum,
Da perenne gaudium.

Kom, heilige geest
en zend uw lichtstraal
uit de hemel.
Kom, vader van de armen,
kom, gever van giften,
Kom, licht van de harten.

Allerbeste Vertrooster,
Zoete gast van de ziel,
Zoete verfrissing,
Bij arbeid zijt Gij rust,
Bij hitte zijt Gij verkoeling,
Bij verdriet zijt Gij troost.

O allergezegendst licht,
Vul bij al uw gelovigen
het diepst van hun hart.
Zonder uw majesteit
is er niets in de mens,
is niets onschadelijk.

Maak schoon wat vuil is,
maak vochtig wat droog is,
genees wat gewond is.
Maak soepel wat star is,
Verwarm wat koud is,
wijs wat verdwaalt de juiste weg.

Vergun aan uw gelovigen,
hun die op u vertrouwen,
uw zevenvoudige geschenken.
Schenk de beloning van de deugd,
schenk de bevrijding van de verlossing,
schenk eeuwigdurende vreugde.


V. Agnus Dei - Lux Aeterna

Agnus Dei,
qui tollis peccata mundi
dona eis requiem.

Agnus Dei,
qui tollis peccata mundi
dona eis requiem.

Agnus Dei,
qui tollis peccata mundi
dona eis requiem sempiternam.

Lux aeterna luceat eis, Domine:
cum sanctis tuis in aeternum:
quia pius es.

Requiem aeternum dona eis,
Domine,
et lux perpetua luceat eis.

Alleluia. Amen.

Lam Gods
dat wegneemt de zonden der wereld,
geef hun rust.

Lam Gods
dat wegneemt de zonden der wereld,
geef hun rust.

Lam Gods
dat wegneemt de zonden der wereld,
geef hun de eeuwige rust.

Moge eeuwig licht op hen schijnen, o Heer:
voor eeuwig en altijd in het gezelschap van uw heiligen:
want Gij zijt genadig.

Schenk hun de eeuwige rust,
o Heer,
en laat het eeuwige licht op hen schijnen.

Alleluja. Amen.


Éjszaka

György Ligeti (1955)

Rengeteg tövis
csönd!

Én csöndem,
szívem dobogása…

Rengeteg csönd!
Éjszaka.

Tekst naar een gedicht van Weöres Sándor

Oneindige wildernis,
Ontzettend veel stekels,
Geheimzinnige wouden

Doodstil!
Grenzenloos stil!

In mijn stilte bonst mijn hart.. 

Doodstil!
In de nacht.

Tekst vrij vertaald naar een gedicht van Sándor Weöres


Crucifixus etiam pro nobis

Antonio Lotti (1647-1740)

Crucifixus etiam pro nobis
sub Pontio Pilato,
passus et sepultus est

Tekst ontleend aan Credo van Nicea

Hij is voor ons gekruisigd
onder Pontius Pilatus,
heeft geleden en is begraven.


Twelfth Night

Twaalfde nacht

Samuel Barber (1969, Opus 42, no 1)

No night could be darker than this night, no cold so cold,
as the blood snaps like a wire and the heart’s sap stills,
and the year seems defeated.

O never again, it seems,
can green things run, or sky birds fly,
or the grass exhale its humming breath,
powdered with pimpernels, from this dark lung of winter.

Yet here are lessons from the final mile
Of pilgrim kings; the mile still left when all have reached their tether’s end:
That mile where the Child lies hid.

For see, beneath the hand, the earth already warms and glows;
for men with shepherd’s eyes there are signs in the dark,
the turning stars, the lamb’s returning time. For see,
Out of this utter death He’s born again, His birth our Saviour;
from terror’s equinox he climbs and grows,
Drawing his finger’s light across our blood;
the sun of heaven, and the Son of God.

Tekst: Laurie Lee

Geen nacht kan donkerder zijn dan deze nacht, geen kou zo koud,
terwijl het bloed het begeeft als een draad die knapt
en het sap van het hart stolt, en het jaar verslagen lijkt.

O nooit weer, lijkt het,
kan iets groens opschieten, of in het uitspansel vogels vliegen,
of het gras zijn zoemende, met guichelkruid gepoederde, adem uitademen, uit deze donkere long van de winter.

Maar er zijn lessen uit de laatste mijl
van pelgrim-koningen; de mijl die er nog steeds is als zij allemaal aan het eind van hun Latijn zijn:
de mijl waar het Kind verborgen ligt.

Want zie, onder zijn hand wordt de aarde al warmer en gloeit;
voor mannen met de ogen van een herder zijn er tekens in het donker,
de draaiende sterren, de weerkerende tijd van het lam. Want zie,
uit deze volstrekte dood wordt Hij weer geboren, Zijn geboorte onze Redder;
uit de equinox van de verschrikking klimt hij en groeit hij,
terwijl hij zijn vingers licht over ons bloed laat gaan;
de zon van de hemel, de zoon van God.


Sleep

Slaap

Eric Whitacre (2002)

The evening hangs beneath the moon,
a silver thread on darkened dune.
With closing eyes and resting head
I know that sleep is coming soon.

Upon my pillow, safe in bed,
a thousand pictures fill my head,
I cannot sleep, my mind’s a flight;
and yet my limbs seem made of lead.

If there are noises in the night,
a frightening shadow, flickering light;
Then I surrender unto sleep,
where clouds of dream give second sight.

What dreams may come,
both dark and deep,
of flying wings and soaring leap
As I surrender unto sleep.

Tekst: Charles Antony Silvestri

De avond hangt onder de maan,
een zilveren draad op het verduisterde duin.
Met ogen die zich sluiten en een hoofd dat rust
weet ik dat de slaap spoedig zal komen.

Op mijn kussen, veilig in bed,
vullen duizend beelden mijn hoofd,
ik kan niet slapen, mijn hoofd is op hol;
en desondanks lijken mijn ledematen van lood.

Als er geluiden zijn in de nacht,
een angstwekkende schaduw, een flakkerend licht,
Dan geef ik me over aan de slaap,
waar wolken van dromen een tweede gezicht verschaffen.

Wat voor dromen kunnen komen,
zowel donker als diep,
van vliegende vleugels en reuzensprong,
terwijl ik me overgeef aan de slaap.


Abendlied

Avondlied

Josef Rheinberger (1839-1901; Opus 69, (Drei Geistliche Gesänge) No. 3)

Bleib bei uns, denn es will Abend werden,
und der Tag hat sich geneiget,
bleib bei uns, denn es will Abend werden,
und der Tag hat sich geneiget.
O bleib bei uns, denn es will Abend werden.

Tekst: Lukas 24:29

Blijf bij ons, want de avond komt,
en de dag is ten einde gekomen.


Die Nacht

Franz Schubert (D983/4)

Wie schön bist du
freundliche Stille himmlische Ruh
Sehet, wie die klaren Sterne
wandeln in des Himmels Auen
und auf uns herniederschauen
schweigend, schweigend aus der blauen Ferne.

Wie schön bist du
freundliche Stille himmlische Ruh
Schweigend naht des Lenzes Milde
sich der Erde weichem Schosse
kränzt den Silberquell mit Moose
und mit Blumen die Gefilde
und mit Blumen die Gefilde

Tekst: Friedrich Adolf Krummacher

Wat ben je mooi,
Vriendelijke stilte, hemelse rust!
Zie toch hoe de heldere sterren
in de hemelse landauwen voortschrijden
en op ons neerkijken
zwijgend, zwijgend uit de blauwe verte!

Wat ben je mooi,
Vriendelijke stilte, hemelse rust!
Zwijgend nadert de mildheid van de lente
de tere schoot van de aarde,
omkranst de zilveren bron met mos,
en met bloemen het veld


“Suite” de Lorca

Einojuhani Rautavaara (1973). Teksten: Federíco García Lorca


1. Canción de jinete

Ruiterlied

Córdoba, lejana y sola.
Jaca negra, luna grande
yaceitunas en mi alforja.

Aunque sepalos caminos
yo nuvca llegaré a Córdoba.
Por el llano, por el viento,
jaca negra, luna roja.

La muerta me está mirando
desde las torres de Córdoba
¡Ay qué camino tan largo!
¡Ay mi jaca valerosa!

¡Ay qué la muerte me espera
antes de llegar a Córdoba.
Córdoba, lejana y sola.

Cordoba, ver en eenzaam,
zwarte merrie, grote maan,
en olijven in mijn knapzak.

Ook als ik de weg weet
zal ik nooi in Cordoba aankomen.
Door de vlakte, door de wind,
zwarte merrie, rode maan.

De dood ziet mij aan
vanaf de torens van Cordoba.
Ach, wat een verre weg!
Ach, mijn dappere merrie!

Ach, de dood wacht op mij,
voor ik in Cordoba aankom.
Cordoba, ver en eenzaam.


2. El grito 

De kreet

La elipse de un gritova
de monte a monte. 
Desde los olivosserá
un arco iris negrosobre
la noche azul. 
¡Ay!

Como un arco de violael
grito ha hecho vibrarlargas
cuerdas del viento.
¡Ay!

(Las gentes de las cuevasasoman
sus velones.)
¡Ay!

De ellips van een kreet
gaat van berg naar berg.
Vanaf de olijfbomen
zal er een zwarte regenboog staan
over de blauwe nacht.
Ach!

Zoals de boog van een altviool
heeft de kreet de lange snaren van de wind
tot vibreren gebracht.
Ach!

(De mensen uit de holen
plaatsen hun lichten buiten.)
Ach!


3. La luna asoma

De maan verschijnt

Cuando sale la luna
se pierden las campanas
y aparecen
las sendas impenetrables.

Cuando sale la luna
el mar cubre la tierra
y el corazón se siente
isla en el infinito.

Nadie come naranjas
bajo la luna llena.
Espreciso comer
fruta verde y helada.

Cuando sale la luna
de cien rostros iguales
la moneda de plata
solloza en el bolsillo. 

Als de maan tevoorschijn komt,
sterft het klokgelui weg
en verschijnen
de ondoordringbare paden.

Als de maan tevoorschijn komt,
bedekt de zee het land
en het hart voelt zich
als een eiland in het oneindige.

Niemand eet sinaasappels
onder de volle maan.
Men moet groen
en bevroren fruit eten.

Als de maan tevoorschijn komt,
zucht van honderd gelijke gezichten
de zilveren munt
in de geldbuidel.


4. Malagueña

Lied uit Malaga

La muerte
entra y sale
de la taberna. 

Pasan caballos negros
y gente siniestra
por lo hondos caminos
de la guitarra.

Y hay un olor a sal
y a sangre de hembra,
en los nardos febriles
de la marina.

La muerte
entra y sale,
y sale
y entra
la muerte
de la taberna.

De dood komt binnen
en vertrekt weer
uit de taveerne.

Zwarte paarden trekken voorbij
en duistere gestalten
door de diepten
van de gitaar.

En er is een geur van zout
en het bloed van vrouwen
in de koortsachtige balsem
van het kustgebied.

De dood komt binnen
en vertrekt weer
naar buiten
en naar binnen
de dood
uit de taveerne.