Nigel Cliffe |
|
Nigel Cliffe studeerde aan de Huddersfield School of Music en aan de Royal Academy of Music in London. Daarna kreeg hij twee beurzen van de Royal Society of Arts om te werken met Elisabeth Schwarzkopf in Zürich en Margreet Honig in Amsterdam. Hij gaf zijn eerste Wigmore Hall recital in 1990, na het winnen van de Edward Boyle Award. Het jaar erop debuteerde hij met een recital in het Concertgebouw in Amsterdam. SIndsdien keerde hij regelmatig terug naar het Concertgebouw voor recitals en als bas solist in het Goede Vrijdag-concert van de Mattheüs Passie van Bach. In 1993 was hij mede-oprichter van het Norwich Schubert Weekend en in 1997, de tweehonderdste geboortedag van Schubert, had hij meer dan twintig uitvoeringen van diens drie liederencycli. Sinds zijn toetreding tot de Royal Opera Covent Garden in 1999 heeft hij diverse rollen gezongen onder Dowmingo, Downes, Hogwood, Pappano, Rattle en Wigglesworth, variërend in stijl van Haydn tot Nicholas Maw's Sophie's Choice, en van Verdi tot Wagner. Hij heeft veel van de grote Mozart-rollen vertolkt: Opera Magazine noemde hem 'een begaafde grappige man' na zijn Papageno in Richard Jones' Magic Flute. In 1998 deed hij mee aan de wereldpremière van Sylvie Bodorova's Terezin Ghetto Requiem tijdens het Warwick and Leamington Festival. In 2000 voerde hij dit werk uit tijdens het Praags Lentyefestival, in München (in het voormalige Gestapo-hoofdkwartier), het Royal Opera House, in Coventry ter herdenking van de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog, en op het Huddersfield Contemporary Festival. Het afgelopen seizoen (2005) programmeerde hij het werk naast Ullman's Strijkkwartet nr. 3 een werk geschreven in Terezin op het St. John's Smith plein. De componisten Richard Chew, Orlando Gough, Roxanna Panufnik en Lynne Plowman hebben allemaal werk voor Cliffe geschreven, waarvan hij premières verzorgde op Barclays New Stages, in Bath, de Battersea Opera, Bury St. Edmunds, Harrogate, Norwich en tijdens de South Bank Festivals. Zijn companen in de kamermuziek zijn onder meer Julius Drake en Graham Johnson, de Emperor, Martinu, Schidlof en Skampa strijkkwartetten, en de Britten Sinfonia. Zijn eclectische carrière omvat daarnaast Bach cantates in Parijs en muziektheater in Bologna en München. Hij dirigeerde verder projecten in het Roundhouse en voor het Norwich Festival of Voices, en gaf cursussen in Amsterdam, Lyon en Versailles. Hij werd verkozen tot Associate of the Royal Academy of Music in 1997. |