Logo Kamerkoor Vocoza 30 jaar Zomer * Herfst

Toelichting

De Herfst zet de natuur voor de tweede keer in bloei. In een explosie van kleuren sterven de bladeren af. In stilte wordt de kiem gelegd voor een nieuwe lente. Die intrigerende combinatie van schoonheid, weemoed en de belofte van een nieuw begin is de rode draad in dit jubileumprogramma van het 30-jarige Vocoza. Dit terugblikken en vooruitkijken, doen we samen met Johannette Zomer – ooit Vocoziaan, nu internationaal gevierd sopraan. We dompelen u onder in een weldadige mix van barok, romantiek en moderne Estse vocale muziek.

Jesu, meine Freude is het langste en beroemdste van de zes motetten van Johann Sebastian Bach. Het vijfstemmige stuk werd voor het eerst uitgevoerd op 18 juli 1723, bij de uitvaartdienst van een zekere Johanna-Maria Kresin, de vrouw van het hoofd van de posterijen van Leipzig. Bachs motetten zijn speciaal geschreven voor begrafenisdiensten.

De tekst is een samenvoeging van delen uit de brief van Paulus aan de Romeinen (een strenge zedenpreek) met religieuze poëzie van een Duitse dichter uit de 17e eeuw, Johann Franck. Veel van zijn gedichten zijn tijdens Francks leven van melodieën voorzien door relatief onbekende componisten. Bach maakte ontelbare malen gebruik van deze koraalmelodieën in zijn vocale muziek.

In het motet wisselen de koraalstanza’s de Bijbelteksten af. Centraal staat de kern van het derde Bijbelcitaat Ihr aber seid nicht fleischlich, sondern geistlich, waaromheen de andere delen op symmetrische wijze zijn geplaatst.

In IIème Leçon de Ténèbres van François Couperin (1714) worden de zonden van de dag overdacht door Johannette Zomer & continuo.

Leçons de Ténèbres zijn een toonzetting van de Klaagliederen van Jeremia uit het Oude Testament, die verhalen over de vernietiging van Jeruzalem door Nebukadnezar in 587 v. Chr. In de katholieke traditie symboliseren zij de eenzaamheid van Jezus, verraden door Judas en verlaten door zijn apostelen.
De Tenebrae-dienst in de RK-kerk (Latijn voor “schaduwen” of “duisternis”), gevierd vlak voor of tijdens de laatste drie dagen van de Goede Week (Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Stille Zaterdag), wordt gekenmerkt door het geleidelijk doven van kaarsen en eindigt in duisternis – een verwijzing naar de dood van Jezus.

De Leçons de Ténèbres zijn unieke uitingen van Franse muziek uit de Barok. Ze werden zowel in de kerk gezongen als aan het hof van Zonnekoning Lodewijk XIV. Elk vers begint met een prachtig melisme op een letter van het Hebreeuwse alfabet. Elke les eindigt met de zin Jerusalem, Jerusalem, convertere ad Dominum Deum tuum (Jeruzalem, Jeruzalem, keert terug tot uw God de Heer).

De romantische Fünf Gesänge van Johannes Brahms bezingen de schemer van de herfst. Brahms componeerde deze prachtige liederen voor koor tijdens zijn zomervakanties in Zwitserland (1886-88). In tegenstelling tot wat deze plezierige omstandigheden doen vermoeden, is de toon van de Fünf Gesänge ernstig, melancholisch.

Hoewel ze de reeks openen, zijn de beide nachtwakes later ontstaan dan de andere Gesänge. Als voorbodes van het eeuwige leven ademen ze een sfeer van berusting. De zes stemmen werken meer nog dan in de overige Gesänge als echo’s. In Nachtwache I gebeurt dit in een voortdurende wisselwerking tussen de vrouwen- en de mannenstemmen, tot de laatste adem ze tenslotte bij elkaar brengt. Nachtwache II opent met twee elkaar tegemoet klinkende hoorns. Ze kondigen de naderende rust en vrede aan, die uiteindelijk neerdaalt – in de muziek te horen in een lange dalende lijn naar het slot toe. Zowel Letztes Glück als Im Herbst verhalen over de herfst van het leven, waarin met de vallende bladeren ook het geluk wegzinkt, door Brahms verklankt in dalende lijnen in vrijwel alle stemmen. Terwijl een melancholieke mineurtoon bepalend is voor beide Gesänge, is er zo nu en dan een opleving in majeur, waar letterlijk de zon even doorbreekt – in Im Herbst terwijl hij al ondergaat… Het vijfstemmige Verlorene Jugend vormt een lyrische overgang tussen beide. Een levendige natuurschildering in de alten, direct geëchood door de andere stemmen, gaat de vraag vooraf waar alle jeugdige energie is gebleven. De tenoren antwoorden tenslotte, gevolgd door de overige stemmen: verdwenen als een steen die in het water werd geslingerd.

In Kalevipoeg van de vooraanstaande componist Veljo Tormis herleeft de Estse volksmuziek en geschiedenis, doordrenkt van verlies en strijd. Kalevipoeg is een episch gedicht van de Estse dichter F.R. Kreutzwald uit de jaren 1850 en wordt beschouwd als het nationale epos van Estland. Het gedicht beschrijft de legendarische avonturen van de reus Kalevipoeg (zoon van Kalev).

Veljo Tormis is Estlands meest geliefde componist, populair bij een breed publiek op een manier die in Nederland voor een klassieke componist onbekend is. In november 2000, toen Tormis 70 werd, zongen 55 koren in Tallinn tijdens een speciaal voor hem georganiseerd concert. Ondanks deze haast mythische status is de componist gewoon zichzelf gebleven, zoals Vocoza heeft gemerkt tijdens het onlangs gehouden Tormis Festival in Amsterdam, waar de inmiddels 80-jarige componist eregast was en waar wij de 3 Liederen uit de Kalevipoeg voor hem zongen. We kunnen niet nalaten om te vermelden dat hij ons niet alleen, enigszins tot onze consternatie, complimenteerde met onze Estse uitspraak, maar ook uitdrukkelijk uitnodigde om naar Estland te komen!

Het eerste lied Oh, mu hella eidekene (O, mijn zachte tedere moeder) schreef Tormis tijdens zijn studie aan het conservatorium in Moskou (1954). Zijn moeder was tijdens zijn afwezigheid overleden, dus dit lied kwam recht uit het hart, zoals Tormis aan Vocoza vertelde. In Murueide tütred (Dochters van de weide-matrone, 1960) gebruikt de componist voor het eerst het idioom van de volksmuziek. In Laine veereb (De golf rolt, 1960) wordt op een simpel patroon in de baslijn een imposante architectuur van opspattend schuim opgetrokken.

En tot besluit zingt Johannette Zomer samen met Vocoza de Lamento d’Arianna van Monteverdi en Hör mein Bitten van Felix Mendelssohn.

Monteverdi ’s beroemde Lamento (klaaglied) van Arianna stamt uit de verloren gegane opera Arianna (1608). Ariadne hielp de held Theseus ontsnappen uit het labyrint van haar vader, koning Minos van Kreta. Nadat Theseus de Minotaurus had gedood wist hij te ontkomen met behulp van een kluwen wol, de draad van Ariadne. Hij brak echter zijn belofte om met Ariadne te trouwen en liet haar achter op het desolate Naxos, waar zij haar klacht zingt.

Monteverdi was een van de eerste opera-componisten en dit Lamento kan worden beschouwd als de eerste beroemde aria uit de muziekgeschiedenis. Johannette en Vocoza zingen een versie voor koor en solostem.

Hör mein Bitten (1844) van Felix Mendelssohn voor sopraan, koor en orgel gold in de Victoriaanse tijd als een van zijn bekendste stukken. De afwisseling van solo- en koorzang roept het traditionele Engelse verse anthem in herinnering. Het stuk bestaat, zoals veel koorcomposities van Mendelssohn, ook in een Engelse versie (Hear my prayer) die sinds de première in Londen in 1845 nooit meer uit het Engelse koorrepertoire verdwenen is.

Marten Jan Geertsema & Bram Bos

Advertentie

Portretdichter Hein Walter

Ik noem mezelf portretdichter. Ik schrijf poëtische portretten (foto en gedicht, ingelijst op 20 x 30 cm). Elk portret begint met een ontmoeting (3 uur), een bijzondere ervaring – zo vaak komt het niet voor dat je uitgebreid over je leven kan vertellen. Een portret kan ook van een ander zijn, om cadeau te doen. Een geliefde, gezien door de ander.

www.heinwalter.com